Onlangs heeft de tweede kamer vergaderd over het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport, ook wel MIRT genoemd. In dit programma staan plannen beschreven over waar de overheid in gaat investeren op het gebied van mobiliteit én hoeveel er per onderdeel geïnvesteerd gaat worden.

Onlangs is door CE Delft en MOVE Mobility het rapport “Een nieuwe kijk op bereikbaarheid” gepubliceerd. In dit rapport wordt er gekeken naar de effecten van investeringen op het mobiliteitsnetwerk voor auto’s, fietsen of fietsen & OV. En wat blijkt? De effecten van investeringen in de combinatie van fietsen & OV zijn veel groter dan de effecten van investeringen in auto’s. De effecten van investeringen in fietsen & OV winnen het van de investeringen in auto’s op het gebied van reistijd verminderen, bereikbaarheid vergroten, uitstoot van schadelijke gassen reduceren, geluidsoverlast inperken, verkeersongevallen voorkomen én ruimte besparen.

Dit wetende en sinds het stikstofprobleem zo groot is en er steeds meer mensen zich bewust worden van de gevolgen van klimaatproblemen, lijkt het een logische denkstap dat de regering daarom vooral investeert in duurzame vormen van mobiliteit. Echter, het tegendeel blijkt waar. Uit een onderzoek dat gedaan is in opdracht van Milieudefensie blijkt dat maar liefst 60% van de investeringen gedaan wordt om de mobiliteit van auto’s te verhogen, zoals wegen vernieuwen, nieuwe wegen aanleggen en bruggen bouwen. En dat in tegenstelling tot een 28% dat aan het openbaar vervoer wordt besteed.

Nu de politiek dus nog even op zich laat wachten, is het aan mensen zelf en het bedrijfsleven om iets te gaan doen. Dat is ook waar Fynch op aansluit: wij proberen jou te motiveren om de auto te laten staan en vaker de fiets of het OV te pakken. Als we dat allemaal gaan doen, dan moet de politiek vanzelf wel gaan luisteren.